Home > ACHTERGRONDARTIKEL > Vergelijkingssite zorg- en hulpaanbieders
ACHTERGRONDARTIKEL

Vergelijkingssite zorg- en hulpaanbieders

Inwoners van Eindhoven mogen zelf bepalen welke zorg- of hulpaanbieder hen het beste kan helpen. Om hen van dienst te zijn, lanceert de gemeente www.eindhoven.steunwijzer.nl. Hiermee kunnen zij in een oogopslag zien welke organisaties in het sociale domein er zijn, wat hen van elkaar onderscheid en wat hun kwaliteit is. Een goed idee?

 

Vijf experts geven hun mening. Ze zijn allen positief over de vergelijkingssite. ‘Inwoners en wijkteams krijgen met de site veel beter zicht op welke aanbieders er zijn en waarin deze zich onderscheiden’, zegt de één. Maar wel ‘uitkijken met beoordelingen van organisaties in de jeugdsector’, waarschuwt de ander.

 

Jeroen Hoenderkamp, strategisch adviseur bij de gemeente Eindhoven en Dewi Delhoofen, accountmanager Inhoud en Ontwikkeling bij Stichting WIJeindhoven over de site:

Delhoofen: ‘Inwoners van Eindhoven en de tien wijkteams van Stichting WIJeindhoven die inwoners ondersteunen met het zoeken naar hulp en zorg, zitten soms met hun handen in het haar. Want binnen de gemeente bieden aanbieders binnen de drie transities samen zo’n vijfhonderd producten of hulpsoorten die met productcodes worden aangegeven. Dat is voor inwoners helemaal niet duidelijk. Terwijl zij zelf moeten kunnen bepalen wie hen het beste kan helpen.’

Hoenderkamp: ‘Onze oplossing is een vergelijkingssite. Hierop kunnen organisaties in het sociale domein die specialistische zorg of hulp leveren, en in een later stadium wellicht organisaties die informele hulp en vrijwilligersactiviteiten bieden, in voornamelijk voorgeschreven velden hun aanbod presenteren.’

Delhoofen: ‘Mensen kunnen dan bijvoorbeeld zoeken op elf leefdomeinen zoals financiën, dagbesteding, verslaving, justitie, huiselijke relaties. Op expertisegebied of op de wijk waarin ze wonen. Dat maakt het veel overzichtelijker.’

Hoenderkamp: ‘En via een zoekfunctie zien ze in een oogopslag bij welke organisatie ze moeten zijn. Bovendien kunnen ze in een later stadium ook hun ervaringen met deze organisaties kwijt. We krijgen veel enthousiaste reacties, maar het roept ook spanning op bij organisaties, want ze zijn niet gewend openbare feedback te krijgen op hun diensten. En ze zijn dan wel niet verplicht zich te presenteren, maar in de toekomst zal deze site altijd gebruikt worden om een aanbieder te vinden. We hebben nog wel een aantal discussiepunten. Moeten organisaties bijvoorbeeld hun tarieven vermelden en moet de site voorzien worden van een redactie die scheldpartijen en schending van privacy voorkomt?’

Delhoofen: ‘Inwoners en wijkteams krijgen met de site sowieso veel beter zicht op welke aanbieders er zijn en waarin deze zich onderscheiden. Bovendien kunnen ze de ervaringen van andere inwoners en wijkteams meenemen in hun afweging om al dan niet voor een aanbieder te kiezen.’

 

Marijke Vos, voorzitter MOgroep, brancheorganisatie voor sociaal werk:

‘Als je zoekt naar een goede camping of een boek, kies en beoordeel je vaak op basis van ervaringen van vrienden, bekenden of anonieme webgebruikers. Dit geldt in toenemende mate ook voor keuzes voor dienst- en zorgverlening. De vergelijkingssite voor het aanbod in de gemeente Eindhoven is hiervan een goed voorbeeld. Dit biedt de sociaal-werkorganisaties een kans om zich positief te onderscheiden.

Als branche willen we transparant zijn en daarom investeren we in kwaliteit. Een vergelijkingssite houdt organisaties en professionals scherp en helpt de dienstverlening voortdurend te verbeteren. Ervaringen van gebruikers zijn daarbij een belangrijk ijkpunt. Met zo’n site neemt het bedieningsgemak voor burgers én professionals toe.

Tegelijkertijd vraagt transparantie om zorgvuldigheid. We moeten altijd scherp blijven op de betrouwbaarheid en representativiteit van de gegevens en voorkomen dat transparantie uitnodigt tot manipulatie. Specifiek voor ons domein geldt bovendien dat de problematiek van de burger de waardering voor de dienst of behandeling sterk kan kleuren. Deze kan immers opgelegd zijn of is tijdelijk juist onprettig. Denk aan mensen in een afkickproces die hun schulden moeten aanpakken of waarvan een kind uit huis geplaatst wordt. Eventuele waardering of juist ontevredenheid zegt dan niks over het succes of kwaliteit van de behandeling. En voor bepaalde dienst- en hulpverlening heeft de burger geen keus.

De MOgroep staat dus positief ten opzichte van praktische vindbaarheid en openheid over de resultaten van maatschappelijke organisaties, mits we hier zorgvuldig mee omgaan.’

 

Karin Otten, teamleider sociaal wijkteam in Zwolle:

‘Een leuk idee. Ik heb het meteen naar mijn collega’s doorgestuurd toen ik erover las. We willen in Zwolle organisaties de kans geven zich in de etalage te zetten. Maar we zijn er nog niet uit hoe we dat gaan doen.

Natuurlijk zijn er organisaties die weerstand hebben tegen openbare feedback op zo’n vergelijkingssite. Want het is nooit een objectieve meting. Maar hoe erg is dat? Het zal altijd een subjectieve meting blijven. Inwoners mogen best kritisch zijn. Bij ons in Zwolle zijn zeshonderd aanbieders in het sociale domein zonder dat ooit goed gekeken is naar hun kwaliteit en of ze leveren wat ze beloven.

Je hebt natuurlijk kans dat organisaties die dag en nacht klaarstaan en daarmee mensen in het systeem zuigen, meer positieve feedback krijgen. Ook al gaat dat tegen het zelfredzaam en weerbaar maken in. Als gemeente moet je daarvoor beleidsuitgangspunten formuleren met onder meer meetindicatoren hoeveel uur inwoners hulp hebben gehad.

Ik zou wel open velden op zo’n vergelijkingssite inbouwen waarop organisaties zichzelf op hun eigen wijze in de etalage kunnen zetten met bijvoorbeeld quotes van tevreden cliënten.’

 

Tom van Yperen, bijzonder hoogleraar Monitoring en Innovatie zorg voor jeugd:

‘Als samenleving gaan we steeds meer met vergelijkingssites werken. Zorgverzekeraars doen het al met tandartsen. Het is goed dat Eindhoven transparant maakt welke zorg en ondersteuning er is, zodat burgers zelf ook geïnformeerd zijn als ze een gesprek hebben met een wijkteam.

Dat organisaties zo’n site spannend vinden, kan ik mij voorstellen. Het is een heel nieuwe ontwikkeling en je weet niet hoe zoiets uitpakt. Ik raad dan ook aan zo’n site stapsgewijs op te bouwen en te monitoren wat voor bedoelde en onbedoelde effecten het heeft. Als dat goed gaat kunnen ze misschien in de toekomst ook prestaties in beeld brengen.

Ik vind ook dat je moet uitkijken met beoordelingen van organisaties in de jeugdsector. Voorkom dat de moeilijkste doelgroep – waar je niet lekker mee kan scoren – als een hete aardappel steeds wordt doorgeschoven. Daar heb je niets aan. Je zou eigenlijk instellingen die de moeilijkste doelgroep opvangen een bonus moeten geven.

Ga dus zorgvuldig om met beoordelingen. Het mag geen kijkcijfermechanisme worden. Neem wel heel serieus wat jongeren zelf meemaken. Dat kun je doen via bijvoorbeeld cliënttevredenheidsonderzoeken. En vraag als instelling zelf hoe jongeren de hulp ervaren en kijk wat je daarvan kan leren. Dat hoeft niet meteen op internet, want dat kan een averechts effect hebben.’

 

Dit artikel verscheen in april 2016 in het magazine Zorg + Welzijn.