Home > ARTIKEL > Is het echt zo slecht gesteld met de thuiszorg?
Slecht gesteld met thuiszorg?
ARTIKEL

Is het echt zo slecht gesteld met de thuiszorg?

Thuiszorgorganisaties bieden niet vanzelfsprekend veilige en goede zorg. Dit stelt de Consumentenbond. Voor de Tweede Kamer een reden om in debat te gaan met minister Hugo de Jonge.

Die kondigde maatregelen aan. Is het inderdaad zo slecht gesteld met de thuiszorg in Nederland? En hoe kun je slecht presterende organisaties weren?

 

De Consumentenbond maakte een analyse van inspectierapportages over vijftig thuiszorgorganisaties met peildatum mei 2018. Wat bleek? Van deze vijftig organisaties kregen er 48 bij een eerste bezoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een onvoldoende. Zij voldeden niet aan de elf tot vijftien randvoorwaarden voor goede en veilige zorg. Zeven organisaties voldeden zelfs aan geen enkele kwaliteitseis.

 

Herbeoordeling

Bij een herbeoordeling, een paar maanden later, hadden inmiddels zeventien organisaties hun zorg op orde. Maar negentien kregen nog steeds een onvoldoende. Vier organisaties hadden hun zorg zelfs helemaal niet verbeterd. Terwijl er van tien organisaties nog geen uitkomsten waren. Voor een goed beeld: vijftien van de vijftig organisaties hadden één tot vijf cliënten. Vier hadden er honderd tot vijfhonderd. De rest zat er qua cliëntenaantal tussen.

 

Misstanden

Om wat voorbeelden van misstanden te noemen die de Consumentenbond tegenkwam: er was geen beleid over of toestemming voor vrijheidsbeperkende maatregelen terwijl die wel plaatsvonden. Medewerkers voerden zonder de juiste opleiding verpleegkundige handelingen uit. Er waren onvoldoende medewerkers voor het verplegen en verzorgen van het aantal cliënten. Een werkwijze voor het melden van incidenten ontbrak en er waren geen verklaringen omtrent het gedrag (VOG’s) van medewerkers.

 

Verbeterkracht

De Consumentenbond vroeg de IGJ om een reactie. Die reageerde in het kort als volgt: ‘De inspectie treedt altijd proportioneel op. De maatregel die we treffen moet in verhouding staan tot het risico. De maatregel verscherpt toezicht wordt pas opgelegd als we vinden dat er structureel op meerdere fronten iets mis is in de organisatie. Een nog zwaardere maatregel, zoals een aanwijzing, wordt getroffen als er bijvoorbeeld structureel op meerdere onderwerpen dingen niet goed gaan en we geen vertrouwen hebben in de verbeterkracht van de instelling. Niet voldoen aan de randvoorwaarden voor veilige en goede zorg is inderdaad een risico, maar instellingen krijgen van ons ook de kans te verbeteren. Daarbij is vertrouwen belangrijk. Heeft de inspectie er vertrouwen in dat een zorgaanbieder verder werkt aan verbetering? Zo niet, dan is dat een extra risico en dus wordt de kans op een bezoek in het kader van ons risicotoezicht nog groter.’

 

Kamerdebat

Eind september, ruim een jaar na de publicatie van het rapport van de Consumentenbond, ging de Tweede Kamer hierover in debat met minister De Jonge. Die meldde dat de thuiszorgorganisaties waar het overging nieuw of voor de inspectie voorheen onbekend waren. Inmiddels waren vier van de vijftig organisaties gestopt. Tien vielen nog onder vervolgtoezicht en twee organisaties stonden op dat moment onder geïntensiveerd toezicht.

Wouter van Soest, directeur van branchevereniging van zorgorganisaties ActiZ, nuanceert de conclusies van het rapport van de Consumentenbond enigszins. ‘De organisaties die op de lijst staan waren inderdaad voor een groot deel nog maar kort werkzaam in de sector en je kunt pas gaandeweg aan alle randvoorwaarden voldoen. Wat niet wegneemt dat elke organisatie die er een potje van maakt, er één te veel is.’

 

ActiZ-lid

Hij voegt er meteen aan toe dat van de vijftig organisaties waarover de inspectie een rapport uitbracht, er slechts twee lid zijn van ActiZ. En die twee kregen een voldoende van de IGJ. Dit heeft alles te maken met de eisen die de brancheorganisatie stelt aan haar leden, zegt Van Soest. ‘Om malafide organisaties buiten de deur te houden, stellen we als voorwaarden dat onze leden met hun kwaliteitssysteem aan de slag gaan, zich actief melden bij de IGJ, samen willen werken met andere organisaties in de wijk en gevonden worden door huisartsen.’

 

Bloeiende markt

Dat er thuisorganisaties zijn die na enige tijd nog niet aan alle randvoorwaarden voor goede en veilige zorg kunnen voldoen, kan hij wel verklaren. ‘Doordat heel veel mensen momenteel zorg nodig hebben is de thuiszorg een bloeiende markt. En op nieuwe bloeiende markten komen ook mensen en organisaties af die gewoon geld willen verdienen en niet primair uit zijn op het verlenen van goede diensten. Bovendien zijn de eisen om een thuiszorgorganisatie te beginnen te laag.’

Het zijn niet alleen cliënten en hun naasten die de dupe zijn van niet goed presterende thuiszorgorganisaties, zegt Van Soest. ‘Ook voor medewerkers die wel goede zorg willen verlenen, maar daarin geen medewerking krijgen van hun baas, is het vervelend en demotiverend. Bovendien vloeit hier veel maatschappelijk geld mee weg en voor het imago van de thuiszorg is het ook niet goed.’

 

Nieuwe wet

Maar hoe kun je slecht presterende organisaties uit de branche weren? Minister de Jonge denkt na over het uitbreiden van de vergunningsplicht. Organisaties zouden dan toestemming moeten krijgen van de overheid om hun activiteiten te mogen uitvoeren. Een nieuwe Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) gaat in ieder geval regelen dat nieuwe thuiszorgorganisaties zich moeten melden bij de inspectie. De Consumentenbond eist snel actie van de minister en zette een meldpunt Thuiszorg op waar mensen hun ervaringen met de thuiszorg kunnen melden.

 

Positief

Van Soest is positief over dit meldpunt. ‘Elke aanleiding om de inwerkingtreding van de Wtza te versnellen is goed.’ Organisaties moeten daarnaast wat ActiZ betreft minimaal aan kwaliteitseisen voldoen, gediplomeerde medewerkers hebben, zich toetsbaar opstellen en verplicht aan de slag gaan met de beoordeling van de inspectie.’ Hij vraagt zich ook af je sowieso organisaties met één of twee cliënten moet toelaten als thuiszorgorganisatie.

 

Karin van Lier

Dit artikel verscheen op 15 oktober op de site van Zorg+Welzijn.