Home > ARTIKEL > Vluchtelingen werken onder hun niveau
vluchtelingen werken onder hun niveau
ARTIKELREPORTAGE

Vluchtelingen werken onder hun niveau

Per week komen er vijftig alleenstaande minderjarige vreemdelingen naar Nederland. Onderzoek laat zien hoe moeilijk zij hun weg vinden.  ‘Extra taallessen en maatwerk op persoonlijk niveau zijn broodnodig.’

De 26-jarige Pedro Kula heeft nog vijf tot zeven jaar nodig om zijn weg te vinden, zegt hij. Dan weet hij waarschijnlijk welke opleiding hij wil gaan doen en wat zijn belangrijkste hobby’s worden. Want hij houdt van fotografie, koken, schrijven en muziek maken. Focus is nodig, vindt hij.

Pedro die tegenwoordig klantadviseur fotografie is, was twaalf toen hij in 2002 vanuit een kerkelijke opvang in Angola door een groepje mensen werd meegenomen naar Nederland. Het was oorlog in Angola en ze zochten een veilige plek. Via Schiphol zetten deze mensen Pedro af bij een opvang in Nijmegen. ‘De eerste dagen waren afschuwelijk. De IND en het COA moesten alles van mij weten. Ik moest mij uitkleden en ze onderzochten zelfs de labels van mijn kleren. Ze dachten dat ik loog. Ik wist totaal niet waar ik was.’

 

Veel verschillende nationaliteiten

Daarna beleefde Pedro in een opvang in Lochem de vier beste maanden die hij in Nederland doorbracht. Hier zaten 85 andere kinderen van veel verschillende nationaliteiten. ‘We speelden Playstation en voetbal. En er was een school. Ik was heel verward, maar als kind liet ik dat snel los. Ik had het idee dat ik daar familie om mij heen had. Dat ik werd begrepen.’

Het ging bergafwaarts toen hij werd overgeplaatst naar een kamertrainingscentrum in Utrecht. Hier deelde hij een huis met drie oudere jongens. Het contrast met de opvang in Lochem was groot. Ineens zat Pedro in een anonieme stad. De school was elders en hij was zelf verantwoordelijk voor declaraties van de zorgverzekering. ‘Ik had heimwee naar Angola en voelde me zó eenzaam. En hoewel ik wel begeleiding kreeg en er iets van probeerde te maken, had ik alleen maar behoefte aan contact en mijn familie.’

 

Samah

Pedro is één van de negen alleenstaande minderjarigen vreemdelingen (AMV’s) met wie Maria Verkade en Adimka Uzozie van Vrienden van Samah een diepte-interview hielden. Deze organisatie begeleidt en volgt al zeventien jaar AMV’s. Verkade en Uzozie maakten bovendien dossieranalyses van ruim duizend AMV’s die tussen hun twaalfde en zeventiende jaar naar Nederland kwamen.

Verkade: ‘We wilden deze jongeren een gezicht geven. Hun verhalen worden te weinig gehoord en verteld. Tegelijkertijd waren we benieuwd waar ze wat aan hadden tijdens hun begeleidende tijd, waar ze nu staan en hoe ze over hun toekomst denken.’ De negen jongeren die zij interviewden waren inmiddels tussen de zesentwintig en dertig jaar en in het bezit van een Nederlands paspoort.

 

Noodopvang

Belangrijkste conclusie van het begin 2017 verschenen rapport Volg je dromen tot je niet meer verder kunt leven: voormalige AMV’s worstelen lang met het vinden van hun plek. Vooral als met hun achttiende jaar nog niet duidelijk was of ze hier uiteindelijk konden blijven en ze hun recht op opvang, onderwijs en zorg dat elke minderjarige vreemdeling heeft, kwijtraakten.

Zo liep Pedro, deels vanuit de noodopvang, tien jaar lang van de ene rechtbank naar de andere. Werk vond hij in de schoonmaak en in een supermarkt. Totdat hij daar werd weggehaald door de politie. Uiteindelijk hoorde hij één dag voordat hij definitief moest vertrekken naar Angola, dat hij in Nederland mocht blijven.

 

Asielprocedure

Verkade: ‘Als jongeren bij aankomst al een beeld van hun toekomst hebben, komt daar vaak niet veel van terecht. De realiteit blijkt heel anders dan ze zich hadden voorgesteld. Ze moeten wennen aan wat hier speelt. Ze weten niet of ze hun begeleiders kunnen vertrouwen en hebben geen goed beeld van de asielprocedure. Goede voor hen begrijpelijke informatie over wat ze mogen, kunnen doen en waar ze terecht kunnen, is hard nodig,’

De oom van de Angolese Nelson de Carvalho stuurde Nelson in 2000 als 15-jarige met een groepje voor hem onbekende mensen naar Nederland. ‘Om je te redden en je leven te kunnen opbouwen, moet je mensen om je heen hebben die je kunt vertrouwen. En je moet vertrouwen hebben in het leven. Ik had geluk dat ik meteen in het eerste opvangcentrum werd voorgesteld aan mensen uit Angola die ook Portugees spraken en met hetzelfde probleem zaten. We konden elkaar troosten.’

 

Verblijfsvergunning

Maar de zeven jaar dat hij in onzekerheid op zijn verblijfsvergunning moest wachten waren verschrikkelijk. Hij wierp zich met overgave op de Nederlandse taal. Nelson: ‘Het was afleiding en noodzakelijk om te kunnen vertellen wat ik wilde. Maar de gebeurtenissen en dat wachten hebben mijn leven jarenlang stopgezet. Ik mocht vrijwel niets.’

Opvallend is dat alle negen geïnterviewde jongeren tijdens het onderzoek minstens één iemand kunnen noemen die bepalend is geweest voor hun leven hier. Iemand die hen ondersteunde. Respect had voor hun wensen, meedacht en dingen met hen uitzocht.

Voor Pedro was dat Irna. Zij deed vrijwilligerswerk voor de kerk. ‘Bij haar kon ik terecht met klachten en vragen. Ze luisterde en vertelde mij hoe ik dingen kon aanpakken. Zij gaf mij alles wat ik nodig had en confronteerde mij ook. Als ik in bed bleef liggen, haalde zij mij eruit. We hadden al snel een klik.’

 

Belang van luisteren

Nelson noemt de directeur van zijn school en zijn begeleider bij voogdijinstelling Nidos. Zij zorgden dat hij, tegen de regels in, zijn diploma toch kon halen. En zijn advocaat die alle mogelijkheden uitzocht, waardoor hij uiteindelijk hier kon blijven.

Volgens Verkade beseffen lang niet alle mentoren, hulpverleners en docenten welke impact ze hebben op deze jongeren. Ook in negatieve zin. Door hen te vertellen wat ze allemaal níet kunnen. ‘Je helpt juist door te luisteren. Kijk naar hun kwaliteiten en wat ze kunnen. Geef ze ruimte daarmee te experimenteren en laat ze zelf ervaren wat wel en niet gaat.’

 

Creativiteit en hulp

Met een hoop creativiteit en hulp redden de meeste AMV’s zich maatschappelijk uiteindelijk wel. Zoals Nelson die zijn hbo-opleiding bijna heeft afgerond, een baan heeft als chemisch technoloog, een huis heeft en een gezin met twee kinderen.

Maar de meesten blijven worstelen met hun identiteit. Verkade: ‘Door hun taalachterstand leren en werken veel van deze jongeren onder hun niveau waardoor ze vaak weer afhaken en al dan niet terecht het gevoel hebben dat ze worden gediscrimineerd. Extra taallessen en meer maatwerk op persoonlijk niveau zijn broodnodig. Alleen zo krijgen ze makkelijker de regie over hun eigen leven en kunnen wij als samenleving hun potentieel en kwaliteiten beter benutten.’

 

De namen van Nelson de Carvalho en Pedro Kula zijn om reden van privacy gefingeerd.

Dit artikel verscheen in februari 2017 in het magazine Zorg + Welzijn.