Home > ARTIKEL > Meer grip op kosten: Den Haag gaat Wmo-vraag voorspellen
kosten Wmo beheersen
ARTIKEL

Meer grip op kosten: Den Haag gaat Wmo-vraag voorspellen

Met big data per wijk voorspellen hoeveel hulp en ondersteuning burgers in de toekomst nodig hebben? De gemeente Den Haag is zo ver. Met een zelf ontwikkeld model.

Daarmee hoopt ze kosten voor de uitvoering van de Wmo te beheersen, het geld meer preventief in te zetten en burgers beter te bedienen. Wat betekent dit model voor sociaal werkers?

 

Sinds de hulp en ondersteuning aan mensen met geestelijke en lichamelijke beperkingen is overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten, kampt Den Haag met grote financiële tegenvallers. Bij ongewijzigd beleid zal ze per jaar een tekort hebben van 50 miljoen euro op de jaarrekening voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdzorg. Begrijpelijkerwijs wil de gemeente niet nog meer tegenvallers.

 

Maatwerkvoorzieningen

Sinds een aantal jaar ontwikkelt Den Haag een datamodel waarmee ze met data per wijk kan voorspellen hoeveel hulp en ondersteuning vanuit de Wmo haar burgers de komende jaren nodig hebben. Hierbij gaat het vooralsnog om maatwerkvoorzieningen zoals bijvoorbeeld huishoudelijke hulp, aanpassingen in woningen en bijvoorbeeld dagbesteding. In een later stadia hoopt ze ook de behoefte aan algemene voorzieningen zoals een boodschappenservice, het organiseren van activiteiten, maatschappelijke opvang en meldpunten én transportvoorzieningen te kunnen voorspellen. Daarover zijn nu nog te weinig gegevens bekend.

 

Den Haag vergrijst

Armand Brinkman gaf vanuit de gemeente opdracht voor de ontwikkeling van dit model: ‘Den Haag vergrijst momenteel snel. We willen weten wat dit tot 2023 gaat betekenen qua kosten voor maatwerkvoorzieningen. Hoe houden we onze dienstverlening betaalbaar terwijl we ook passende zorg kunnen blijven leveren? Wat voor capaciteit aan wijkteams moeten we inzetten en wat voor kennis en kunde hebben deze teams nodig? Tegelijkertijd streven we met preventieve maatregelen het leven van onze wijkbewoners te verbeteren en kosten te beheersen. Stel dat zij behoefte hebben aan ontmoetingsruimte, dan kunnen we door daarop in te spelen waarschijnlijk voorkomen dat veel mensen in de dagbesteding terecht komen. Of dat er in de toekomst op grote schaal aanpassingen nodig zijn aan woningen, dan kunnen we daar bijtijds onze maatregelen voor nemen.’

 

Allerlei soorten data

Het model dat de voorspellingen gaat doen is opgebouwd uit data van zowel de gemeente Den Haag als het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het gaat hierbij om allerlei soorten data op wijkniveau die relevant zijn voor een goede voorspelling, zegt extern projectmanager Michiel Deerenberg. Voorbeelden van data zijn: type huishoudens, soorten woningen, aantal huisartsenbezoeken, arbeidsongeschiktheid, inkomen, autobezit, leeftijdsklassen, geslacht, opleiding en gezondheidskenmerken. Maar wijken kunnen snel van samenstelling veranderen. Deerenberg: ‘Bij wijken waar de betrouwbaarheid van de voorspelling laag is, zoals in de wijk Brinckhorst waar momenteel kantoren worden omgebouwd tot woningen, geven we dat aan.’

 

Populair model

Nu al hebben veel andere gemeente in Nederland belangstelling voor dit Haagsche model. Samen met de gemeenten Amersfoort, Leiden, Lelystad, Zaanstad, Zoetermeer en gemeenten in Twente gaat Den Haag een model opzetten dat overal in Nederland bruikbaar is.

 

Invloed Wmo-wijkteammedewerkers

Bij de ontwikkeling en opzet van het datamodel zit een vertegenwoordiging van de Wmo-wijkteammedewerkers in het projectteam, zegt Brinkman. Als eind dit jaar de implementatie begint gaan gemeentelijke beleidsmedewerkers en managers op wijkniveau gesprekken voeren met stadsdeelmanagers, wijkteammanagers en wijkconsulenten om inzicht en grip te krijgen op de te verwachten behoefte aan dienstverlening per wijk. Er zal gesproken worden over hoe de verschillende wijken zich tot 2013 zich zullen gaan ontwikkelen en welk type dienstverlening volgens de kenners van de wijken, waaronder de Wmo-wijkteammedewerkers, daar de komende jaren nodig is. Hoe volgens hen de uitvoering daarop het best kan worden afgestemd en hoeveel medewerkers er in de wijkteams over vijf jaar nodig zijn.

 

Overbelasting tegengaan

Brinkman: ‘Los van de tekorten voor de uitvoering van de Wmo, willen we voorkomen dat het ene wijkteam overbelast raakt, terwijl het andere niets te doen heeft.’ Al geeft hij toe dat het niet voorkomt dat wijkteammedewerkers zitten te niksen. Volgens Deerenberg zal het huidige datamodel niet voorschrijven hoe de uitvoering van de Wmo eruit moet gaan zien. ‘Het is puur bedoeld om de organisatie van de Wmo op wijkniveau te optimaliseren en aan te laten sluiten bij de voorspelde ontwikkelingen.’ De gemeente wil met dit model de inrichting van het werk van sociaal werkers slechts ondersteunen, zegt Brinkman. ‘Zodat ze op wijkniveau op een prettige manier passende zorg kunnen leveren op basis van keukentafelgesprekken en hun beroepskennis.’

 

Overplaatsing naar andere wijken

Overplaatsing naar een andere wijk is niet ondenkbaar. Zeker als daar meer capaciteit nodig is. Ook al kost het de sociaal werker vaak veel moeite om een vertrouwensband op de bouwen met zijn cliënten. Brinkman: ‘Los van dit model, maken managers nu ook op basis van inzichten en behoeftes de keuze om sociaal werkers elders in te zetten. Wat ons betreft blijven sociaal werkers hun werk doen, zoals ze nu doen. Het gaat ons puur om maatregelen te treffen zodat we als Den Haag de komende jaren passende zorg en dienstverlening kunnen blijven geven.’

 

Karin van Lier

Dit artikel verscheen op 7 november 2019 op de site van Zorg+Welzijn