Home > ACHTERGRONDARTIKEL > Op zoek naar goede kinderzorg; eerste A’damse kinderziekenhuis
kinderzorg
ACHTERGRONDARTIKEL

Op zoek naar goede kinderzorg; eerste A’damse kinderziekenhuis

Zes zieke patiënten stapten bij de opening op 6 mei 1865 het Kinderziekenhuis aan de Oudezijds Achterburgwal binnen. Speciaal voor kinderen uit arme milieus was dit ziekenhuis door particulieren gesticht. Gangmaker was dr. Samuel de Ranitz die als armendokter in dienst van de gemeente dagelijks alle ellende onder ogen kreeg.

 

Voor kinderen bestond tot die tijd geen ziekenhuiszorg van enige kwaliteit. Zij lagen tussen de volwassenen, die ook nauwelijks goed af waren bij een opname. Het verplegend personeel was ondeskundig en probeerde te verdienen aan de patiënten door voedsel achterover te drukken. Amsterdammers leden dan ook aan ‘gasthuisvrees’. Verbetering kwam er met het Prinsengrachtziekenhuis (1857), maar dat richtte zich op de meer welgestelden en zat niet te wachten op arme kinderen.

Vanaf 1802 waren elders in Europa al kinderklinieken tot stand gekomen. Het kind kreeg erkenning als wezen met eigen psychische en lichamelijke kenmerken. In Nederland kwam het eerste kinderziekenhuis in Rotterdam van de grond, het latere Sophia Kinderziekenhuis. Nu was Amsterdam aan de beurt, vond De Ranitz.

 

Kapitaalkrachtige Amsterdammers

Het kostte De Ranitz een aantal jaren van intensief lobbyen. Allereerst won hij de kosteloze medewerking van een aantal vooraanstaande vakgenoten. Een aantal notabelen richtte zich in een bedelbrief tot kapitaalkrachtige Amsterdammers.

Een damescomité organiseerde bazars. Zo kwam het benodigde bedrag bijeen. De naam Emma Kinderziekenhuis stamt overigens pas van later: in 1899 werd koningin-moeder Emma beschermvrouwe van het kinderziekenhuis. In gouden letters verscheen de nieuwe naam boven de voordeur.

 

Donaties

Aanvankelijk waren er twaalf ‘kribben’, na een jaar was dat het dubbele (de bedjes waren eerst van hout, later kwamen er ijzeren ledikanten). In het eerste jaar werden 33 kinderen verpleegd van wie er zes overleden. De Ranitz zocht tijdens huisbezoeken zelf zieke kinderen uit. ‘Menigmaal hebben wij kinderen uit donkere vochtige woningen opgenomen, die in eenige dagen geen warm eten hadden gehad en daar zeker niet zouden kunnen herstellen’, meldt het jaarverslag.

Al snel waren er genoeg spontane aanmeldingen en waren de huisbezoeken niet meer nodig. Kinderen van armlastige ouders werden kosteloos opgenomen, waardoor het ziekenhuis afhankelijk was van donaties.

 

Zuigelingensterfte

In principe nam het ziekenhuis alleen kinderen tussen twee en twaalf jaar op. Deze beperking gold ook in Rotterdam en was ingegeven door de zeer hoge zuigelingensterfte door infectieziekten. Maar men maakte uitzonderingen. Zo waren in 1866 van de 115 opgenomen patiënten er zeventien jonger dan twee jaar en zeven ouder dan twaalf.

Infectieziekten als mazelen, tyfus en malaria maakten ondertussen veel slachtoffers onder de patiënten. In 1867 moest het ziekenhuis zelfs enige tijd ontruimd worden vanwege roodvonk, vier jaar later opnieuw vanwege pokken.

 

Slechts één arts

Al binnen een half jaar fungeerde het ziekenhuis ook als polikliniek. Veel ouders kwamen om raad vragen en De Ranitz verstrekte medicijnen (eerst gratis, maar dat werd al snel onhoudbaar) en kosteloze pokkeninentingen. Als geneesheer-directeur had hij de medische leiding over het ziekenhuis.

In de zomervakantie liet hij zich vervangen door de heelkundige C.L. Wurfbain, die vanaf 1869 hoogleraar chirurgie aan de Amsterdamse universiteit was. Drie andere hoogleraren waren ‘consulterend geneesheer’ en konden dus om advies gevraagd worden, maar in de praktijk werkte alleen De Ranitz en de apotheker H.P. Wijsman intensief in de kliniek. In de eerste kwarteeuw van het Emma was er dus maar één arts – die er een particuliere praktijk naast had en slecht beperkt aanwezig was.

 

Op kosten van freule Berg

De onvermoeibare De Ranitz maakte in 1871 alweer plannen voor de bouw van een heel nieuw kinderziekenhuis in de Sarphatistraat. Dat hij dit twee jaar later voor elkaar kreeg, had hij voornamelijk te danken aan de in 1872 aangetreden directrice Pauline Berg, die de helft van het benodigde bedrag schonk. Het nieuwe kinderziekenhuis bood plaats aan 120 kinderen. In 1877 kreeg het een isolatiegebouw voor kinderen met besmettelijke ziekten (het eerste in Nederland), geheel op kosten van freule Berg.

Vanaf 1880 daalden de sterftecijfers spectaculair – in Amsterdam en in heel Europa. De hygiëne verbeterde door schoon drinkwater en riolering. Door betere voeding kregen mensen meer weerstand.

 

Vernieuwingsdrang

Maar cruciaal waren ook de enorme vorderingen in de geneeskunde. Zo spoorden wetenschappers in hoog tempo de verwekkers van de belangrijkste infectieziekten op. Het Emma Kinderziekenhuis was er snel bij met de aanschaf van nog maar net uitgevonden apparatuur, zoals een röntgenapparaat, een desinfectieoven en een machine à anesthésier, waarbij verdoofd kon worden door de toediening van chloroform. Samen met chirurg Hindrik Timmer experimenteerde De Ranitz met het opereren van kinderen met gewrichtsafwijkingen, waardoor tot dan toe gipskorsetten de enige remedie waren.

Door dit alles was het Emma in de eerste decennia na 1880 het meest geavanceerde kinderziekenhuis van Nederland.

 

Dit artikel schreef ik samen met Dick Beumer. Het verscheen in 2015 in Ons Amsterdam in de special over het Emma Kinderziekenhuis AMC: Zieke lieverdjes, 150 jaar Amsterdamse kindergeneeskunde.