Home > ARTIKEL > ‘We mogen trots zijn op onze jongerenwerkers’
jongerenwerkers
ARTIKEL

‘We mogen trots zijn op onze jongerenwerkers’

Jongerenwerkers doen het opvallend goed als het gaat om het voorkomen van polarisatie tussen jongeren. Daardoor lopen spanningen in de maatschappij minder uit de hand. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van Platform JEP.

Adviseur Nora El Abdouni: ‘Jongerenwerkers zijn vooral effectief wanneer ze jongeren actief betrekken bij projecten en hun weerbaarheid stimuleren.’

 

Het mag weleens hardop gezegd worden, vindt Ron van Wonderen. ‘We mogen trots zijn op onze jongerenwerkers. Als jongeren ergens mee zitten, luisteren ze naar hen, gaan ze met hen in gesprek en vragen ze door op wat er speelt. Daarmee bouwen ze een vertrouwensrelatie met hen op wat een preventieve werking heeft op polarisatie.

 

Verkenning naar polarisatie

Van Wonderen, senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut kreeg samen met het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) van Platform JEP (Jeugd preventie van Extremisme en Polarisatie) de opdracht voor een verkenning naar polarisatie onder jongeren in Nederland. Aanleiding waren signalen vanuit gemeenten en professionals uit het onderwijs, welzijns- en jeugdorganisaties dat jongeren meer en meer afstand zouden voelen naar de Nederlandse samenleving en dat de polarisatie tussen groepen jongeren zou toenemen.

 

Inzicht in spanningen

Platform JEP wilde daarom meer inzicht in de gehanteerde aanpakken en werkwijzen bij oplopende maatschappelijke spanningen tussen groepen jongeren onderling en tussen jongeren en instituties. En dan met name bij spanningen langs etnische-religieuze-culturele scheidslijnen. Ook wilde JEP meer inzicht in incidenten rond polarisatie in het jeugddomein. De onderzoekers deden een internationale literatuurstudie en hielden 24 interviews met experts en praktijkdeskundigen binnen de werkvelden jongerenwerk, sociaal werk, jeugdzorg, onderwijs, discriminatiebestrijding, veiligheid en politie. Van Wonderen: ‘Nederland doet het vooral ook goed als je het vergelijkt met landen als Frankrijk en België, waar jongeren uit beeld raken en eerder radicaliseren.’

 

Onvrede en boosheid

Er zijn wél veel spanningen bij jongeren uit onvrede en boosheid over de samenleving. Ze voelen zich buitengesloten, hebben geen vertrouwen in instituties en professionals en trekken zich daarom terug in hun eigen groep. Van Wonderen: ‘Dit zie je bij groepen jongeren met een migratie-achtergrond die het gevoel kunnen hebben dat er in de samenleving geen plaats is voor hun religie en voor henzelf en dat ze minder kansen hebben. Maar ook bij jongeren in plattelandsgebieden die zich soms achtergesteld voelen en het idee hebben dat de samenleving, en met name de randstad, hen denkbeelden oplegt die tegen hun tradities ingaan.’

 

Terugtrekken in eigen bubbel

Spanningen gericht op de samenleving, instituties en professionals komen dan ook vaker voor dan spanningen tussen jongeren onderling. Voornamelijk doordat zij zich terugtrekken in hun eigen sociaal-culturele subgroep waar ze hun identiteit zoeken langs etnisch-religieuze lijnen. Ze voeren daar met name online veel discussies met elkaar waarin ze elkaars gelijk bevestigen en tegenstellingen met andere groepen benadrukken, zegt El Abdouni.

 

Zwartepietdiscussie

‘Jongeren hebben het vooral over andere subgroepen maar discussiëren daar niet mee. Die anderen kennen, zien en horen ze zelfs niet meer. Er zijn wel onderlinge spanningen met die andere subgroepen, maar meestal onderhuids. Die kunnen wel uit de hand lopen, bijvoorbeeld op scholen. Met name als jongeren getriggerd worden bij bepaalde gebeurtenissen. Denk bijvoorbeeld aan de zwartepietdiscussie, de aanslagen in Parijs of de minder-Marokkanen-uitspraken van Geert Wilders. Maar meestal zijn de spanningen kortdurend en lossen ze vanzelf weer op.’

 

Parallelle werelden

De verschillende subgroepen raadplegen ook ieder hun eigen bronnen van informatie en media, zegt Van Wonderen. ‘Hierdoor ontstaat segregatie en ontstaan parallelle werelden waarin jongeren ieder hun eigen beelden vormen, een direct oordeel over anderen hebben, elkaar minder begrijpen en waarin onderlinge discussies stokken.’ Dit speelt trouwens ook tussen generaties en tussen mensen met een hogere en lagere opleiding. ‘Terwijl het voor een samenleving juist belangrijk is dat mensen nieuwsgierig naar elkaar blijven. Nu groeien er jongeren op die niet veel gemeen en weinig binding hebben met elkaar. De vraag is of zij in de toekomst toch weer bij elkaar komen of op eilanden blijven en nog meer van elkaar gescheiden gaan leven.’

 

Meerdere maatregelen en interventies

Polarisatie tegengaan kan eigenlijk alleen door de inzet van meerdere maatregelen en interventies. Jongerenwerkers moeten vooral blijven werken zoals ze nu doen, zegt El Abdouni. ‘Door jongeren bij projecten te betrekken, verantwoordelijkheid bij te brengen, kritisch te leren denken en ze serieus te nemen, maak je ze weerbaarder en daarmee voorkom je polarisatie. Maar veel professionals in het sociaal domein moeten ook meer rekening leren houden met gevoelens en emoties van jongeren en daarover vragen stellen en een dialoog aangaan. Vraag bijvoorbeeld waarom ze bepaalde websites bezoeken en ga daar dieper op in.’

 

Trots en identiteit

Professionals zouden ook met een wat meer kritische blik naar zichzelf kunnen kijken, benadrukt El Abdouni. Wat zijn eigen beelden, standpunten en gevoelens over een maatschappelijke kwestie en in hoeverre beïnvloedt dat hun gedrag? Intervisie en collegiaal overleg zijn daarvoor beproefde methoden. Van Wonderen: ‘Kijk als organisatie niet naar verschillen maar naar overeenkomsten tussen jongeren. Hamer er bijvoorbeeld in een multiculturele wijk op dat ze daar allemáál vandaan komen want daar halen jongeren hun trots en identiteit uit.’

 

Samenwerking met andere subdomeinen

Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat professionals in het sociaal domein meer bewust moeten worden hoe professionals in andere sub-domeinen met jongeren werken en daarmee de samenwerking aangaan. Want ook daar proberen ze het vertrouwen van jongeren te winnen en het gesprek met hen aan te gaan.

 

Gap tussen domeinen opheffen

Bovendien zou het sociaal domein meer informatie en signalen met het veiligheidsdomein kunnen uitwisselen, daarmee meer kunnen optrekken en samen kunnen zoeken naar een gemeenschappelijke taal, zegt Van Wonderen. Ook al zijn ze in het veiligheidsdomein meer gericht op incidenten en sancties. ‘Probeer ze bij te brengen hoe ook zij een vertrouwensrelatie kunnen opbouwen met jongeren. Want of je nou werkt vanuit het sociaal of het veiligheidsdomein, jongeren zien alle professionals als overheid. Voor hen is het niet te snappen als er een kloof is tussen de beide domeinen die hen ieder anders benaderen.’

 

Transparantie

El Abdouni: ‘Maar wat je ook probeert, houd er rekening mee dat jongeren een natuurlijk wantrouwen hebben naar instituties en professionals. Blijf dus heel veel investeren in de vertrouwensrelatie en grijp tijdig in bij spanningen.

Vragen en advies over polarisatie, radicalisme en extremisme? Bel de JEP-advieslijn: 070-3334558 of ga naar www.platformjep.nl

Platform JEP ondersteunt professionals en vrijwilligers die met en voor jongeren werken bij vragen rondom polarisatie, radicalisering extremisme en is als onderdeel van de Expertise-unit Sociale Stabiliteit ondergebracht bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Karin van Lier

Dit artikel verscheen op 20 augustus 2019 op de site van Zorg+Welzijn