Home > ARTIKEL > Werknemerscoöperaties rukken op
Werknemerscoöperatie rukken op
ARTIKELREPORTAGE

Werknemerscoöperaties rukken op

Werknemers in de zorg en welzijn kunnen best zonder werkgever. Ze regelen het werk onderling wel. Levert meer ruimte op en minder bureaucratie. ‘Het gaat niet meer om tijd, nummers en regels. Cliënten beslissen nu zelf wat voor klussen we voor hen doen.’

 

Klanten stromen binnen sinds in Apeldoorn op 1 juni de eerste werknemerscoöperatie in de thuiszorg haar deuren openden. Coöperatielid Rashida Rahimbaks: ‘We zijn met z’n twaalven begonnen. Sindsdien hebben we al vijf nieuwe medewerkers aangetrokken.’

In januari van dit jaar kondigde de directie van thuiszorgorganisatie Verian in Apeldoorn collectief ontslag aan. Rahimbaks werkte daar toen ruim zeventien jaar. ‘Aanvankelijk wilde ze dat we salaris zouden inleveren omdat de gemeente te lage tarieven ging betalen. Maar daar waren we het als werknemers niet mee eens. Dus zochten we een andere organisatie die ons en onze klanten wilde overnemen. De FNV stelde voor een werknemerscoöperatie te starten.’

 

Lage overheadkosten

Ineens ging het snel. Want na twee maanden informatie inwinnen, konden de thuiszorgmedewerkers al als coöperatie aan de slag. Voordeel: als werknemers bepalen ze gezamenlijk het beleid en wat ze met de winst doen. Tegelijkertijd zijn ze in dienst van de coöperatie en worden ze gewoon betaald volgens de CAO.

Rahimbaks: ‘Dat is vooral mogelijk omdat we geen directie en managers boven ons hebben. En geen eigen pand. We houden het zelf simpel. Een van onze leden krijgt één uur extra per week voor telefoongesprekken met de gemeente. Die stuurt ons klanten door. Een ander krijgt één uur extra om een planning te maken. We communiceren via een groepsapp en vergaderen een keer per maand bij een van onze leden thuis. Onze overheadkosten zijn dus beperkt.’

 

Meer verantwoordelijkheid

Inspiratiebron van de werknemerscoöperatie in Apeldoorn is Helpgewoon. Maar eigenlijk moeten we terug naar Matthijs Almekinders. Hij is senior adviseur transformatie, vernieuwing en innovatie Sociaal Domein in Oude IJsselstreek. Tevens initiatiefnemer van de eerste werknemerscoöperatie in zorg en welzijn. Met de transitie van de jeugdzorg en de Wmo kreeg zijn gemeente te maken met budgettekorten. Tegelijkertijd wilde ze de jeugdzorg en het sociale domein vernieuwen. Dat wil zeggen: meer verantwoordelijkheid en speelruimte voor professionals in het primaire proces om het werk naar eigen inzicht te doen.

 

Aantal werknemerscoöperaties groeit

Ruim twee jaar geleden nam Almekinders contact op met Joke van der Schoor. Werkzaam als bedrijfskundige in de zorg. Of zij Oude IJsselstreek kon helpen met het opzetten van een werknemerscoöperaties in de jeugdzorg en het sociaal domein. Van der Schoor zit in het netwerk van Remmelt Schuuring. Hij zette eerder in Den Bosch Schoongewoon op, een werknemerscoöperatie in de schoonmaak. De vraag van Almekinders was de geboorte van Helpgewoon.

Inmiddels heeft Van der Schoor ook andere werknemerscoöperaties opgericht: in de buurtsport, de thuiszorg en voor medewerkers werkzaam met mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Momenteel is ze met de opzet van zes nieuwe coöperaties in het oosten van het land bezig. Drie groepen werknemers in het westen hebben haar hiervoor gevraagd.

 

Meer kwaliteit, zelfsturing en zeggenschap

Van der Schoor spreekt dan ook over een trend. ‘Medewerkers zijn het productiegerichte werken zat. Ze willen de zorg anders inrichten. Met meer kwaliteit, zelfsturing en zeggenschap over hun werk. Ze willen weer worden gezien. In hun kracht worden gezet en een gelijkwaardige samenwerking. Zonder baas die hen vertelt hoe en wat ze moeten doen. Er is bovendien een enorme scheefgroei in de kosten.’

 

Geen wachtlijsten

Marjanne Heersink, jeugdmaatschappelijk werker in de gemeente Oude IJsselstreek, werd ook door Almekinders benaderd. Als één van de professionals. Heersink: ‘Hij vroeg of we op een nieuwe manier jeugdzorg wilden leveren. Goedkoper, sneller, minder bureaucratisch en meer op de inhoud. Zonder lange intakeprocedures.’

Heersink startte in januari 2015 met drie collega’s de eerste werknemerscoöperatie in de jeugdzorg. Inmiddels werken ze met zeven leden. Een aantal medewerkers hebben ze achter de hand om een wachtlijst te voorkomen. Ze krijgen gezinnen doorgestuurd via de gemeente, huisartsen, scholen en andere instanties. Zelfs vanuit andere gemeenten.

 

Wet en regelgeving vanuit IGZ en VWS

Langzamerhand krijgt hun coöperatie meer vorm, zegt Heersink. ‘Maar we hebben wel wat hobbels moeten nemen. We wisten niet goed wat op ons afkwam.’ Administratie konden ze nog wel voor een groot deel uitbesteden. PR, het maken van briefpapier en een website ook. Maar alle wet- en regelgeving vanuit de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het ministerie van VWS. Dat moesten de leden zichzelf eigen maken.

Heersink: ‘En soms is het lastig om knopen door te hakken. We hebben zeven verschillende meningen en moeten elkaar echt leren kennen op dat vlak. Maar het is heel prettig dat we zelf ons beleid kunnen bepalen en uitzetten. Bovendien hoeven we ons niet steeds te verantwoorden naar een organisatie.’

 

Laag ziekteverzuim

Vier keer per jaar neemt Almekinders met de werknemerscoöperatie in de Jeugdzorg de kwartaalrapportages inhoudelijk door. Dat doet hij ook met de werknemerscoöperatie in het sociaal domein. Die een paar maanden later werd opgericht. Dit gebeurt intensiever dan de gemeente doet met traditionele organisaties.

Tijdens deze besprekingen kijken ze samen hoe het werk verloopt. Almekinders maakt de wensen van de gemeente kenbaar. De coöperaties vertellen wat zij kunnen leveren. Almekinders: ‘We zien betrokken en autonome medewerkers met een sterke focus op het primaire proces. De lijnen zijn kort en het ziekteverzuim extreem laag. Ik vind de werknemerscoöperaties in hun vorm heel kansrijk. Maar we zijn nog niet bij de eindstreep. Als ze over anderhalf jaar nog zo succesvol zijn, willen we zeker doorgaan en uitbreiden.’

 

Zorg tegen minder kosten

Levert haar werknemerscoöperatie betere zorg dan meer traditionele organisaties? Heersink weet het niet. ‘Deskundigheid zit overal. Maar we leveren wel zorg tegen veel minder kosten. En doordat we nu zoveel meer plezier in ons werk hebben, straalt dat af op de gezinnen.’

Ook Rahimbaks ziet veel voordelen: ‘Cliënten mogen nu zelf beslissen welke huishoudelijke klussen we voor hen doen. Binnen de uren die ze krijgen toegewezen. Bij Verian ging het voornamelijk om tijd. Cliënten waren vaak nummers en we hadden veel meer regels. We mochten daar bijvoorbeeld maar één keer in de zes weken ramen lappen bij iemand. We werken nu veel meer vanuit ons hart. Leven meer mee met onze cliënten. Onze coöperatie wil bovendien een deel van de winst steken in opleidingen tot verzorgenden. Zodat wij straks nog meer voor onze cliënten kunnen betekenen.’

 

Bewerking van een artikel dat in november 2016 in het magazine Zorg+Welzijn stond.